Bedplassen
Wat is het?
Bedplassen is een onwillekeurige blaasontlediging volgens het normale plaspatroon op een ongewenst
moment op een ongewenste plaats.
De meeste kinderen plassen rond hun derde jaar's nachts niet meer in bed. Sommige kinderen doen
er echter veel langer over om 's nachts zindelijk te worden. Van alle 4-jarigen is ongeveer 20% nat,
van de 6-jarigen 12% en van de 12-jarigen 2%. Uit deze cijfers valt op te maken dat het bedplassen
meestal in de loop van de jaren overgaat. Voor de kinderen en hun opvoeders is deze statistische
zekerheid echter een schrale troost. Het bedplassen levert voor het kind en de omgeving vaak de
nodige problemen en spanning op; logeerpartijen en een werkweek van school leveren vaak
moeilijkheden op en thuis wordt men vrijwel dagelijks geconfronteerd met een nat en stinkend bed.
Door de jaren heen zijn er vele factoren genoemd als oorzaak van het niet droog worden. Zo is er
aandacht besteed aan het slaapniveau, gezinsproblemen, lichamelijke factoren en psychotraumata.
Gesteld kan echter worden, dat er geen eenduidige oorzaak voor bedplassen kan worden
aangetoond.
Wat kun je als leerkracht doen?
Als het kinderen niet lukt om zindelijk te worden (of te blijven) dan is het in de eerste instantie van belang
dat het kind een algemeen lichamelijk onderzoek krijgt en dat er een urine-onderzoek plaatsvindt. Een
leerkracht kan een belangrijk persoon zijn bij het motiveren van de opvoeders om contact op te nemen
met de huisarts of met de jeugdverpleegkundige (b.v. met behulp van de signaleringskaart). De GGD
heeft een stappenplan met daarin diverse behandelingsmogelijkheden van licht naar zwaar, afhankelijk
van de leeftijd, enz. in samenspraak met het kind en ouders.
Indien opvoeders en kind in behandeling zijn, verdient het aanbeveling om als leerkracht op de hoogte te
blijven over het verloop en de aanpak. Op die wijze kun je -bijvoorbeeld tijdens een werkweek- aansluiten
op de aanpak die men thuis hanteert en weet je wat je kunt verwachten. Zo ondersteun je de
hulpverlening aan het kind. Je kunt het beste op de hoogte blijven door overleg te hebben met de
opvoeders. Indien de opvoeders daarvoor toestemming geven is het ook mogelijk direct contact te
leggen met de desbetreffende hulpverlener.
De GGD bechikt over ondersteunend foldermateriaal.
Naar GGD