Babbelspel
Het Babbelspel vind je in orthotheek. Het is met een gele sticker gelabeld.
Handleiding Babbelspel
Inhoud
Spelbord
Dobbelstenen
Pionnen
Opdrachtkaartjes in 5 kleuren
Beloningsfiches
Doel
Het babbelspel nodigt op een speelse manier uit om een aantal sociale en interpersoonlijke vaardigheden concreet te oefenen. De vaardigheden zijn opgesplitst in 5 rubrieken, die op het spelbord aangeduid zijn met 6 verschillende kleuren. De kleur lichtgroen is eruit gehaald, deze vaardigheid is bestemd voor kinderen ouder dan twaalf jaar. Het spel wordt gespeeld onder begeleiding. Het spel is bedoeld voor 2 tot 6 spelers vanaf 7 jaar.
Spelregels
Bij aanvang van het spel zetten alle spelers hun pion op het vakje ‘start’ en gooien ze om beurten met de dobbelsteen. Wie het hoogste aantal ogen gooit, mag het spel beginnen.
De spelers gooien nu met de dobbelstenen en verplaatsten hun pionnen. Nadat een speler zijn pion verplaatst heeft, neemt hij een opdrachtkaart van dezelfde kleur als het vakje waarin hij is terechtgekomen. (Behalve bij lichtgroen, dan is de volgende speler aan de beurt). Hij leest de opdracht en voert ze uit. Als de andere spelers oordelen dat de opdracht goed is uitgevoerd, ontvangt de speler een beloningsfiche.
Het spel is uit als alle speler het vakje ‘finish’ hebben bereikt of als de afgesproken spelduur verstreken is. diegene die als laatste de finish bereikt, ontvangt 1 beloningsfiche, de voorlaatste 2 fiches enz. Diegene die op het einde van het spel de meeste beloningsfiches heeft gehaald is de winnaar van het spel. Om te kunnen winnen, moeten de spelers niet alleen zo snel mogelijk de finish halen, maar is het even belangrijk om de opdrachten zo goed mogelijk uit te voeren.
Speciale vakjes
Vakje 6, 19, 30 en 40: 3 plaatsten terug gaan.
Vakje 9, 25, 36 en 46: 1 extra opdracht doen óf 1 fiche afstaan.
Vakje 22: wachten tot de andere speler in dit vakje terechtkomt of 2 fiches afstaan.
Vakje 44: teruggaan naar ‘start’ of 5 fiches inleveren.