Bronchitis/astma

Uit KBS Laurentius wiki
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Wat is het?
CARA is een afkorting van Chronische Aspecifieke Respiratoire. Aandoeningen. In gewoon Nederlands: langdurige aandoeningen van de luchtwegen door allerlei verschillende oorzaken. Astma, bronchitis, longemfyseem en hooikoorts behoren tot deze aandoeningen. 10 a 15% van de kinderen heeft in meer of mindere mate last van astma.

Klachten of verschijnselen kunnen zijn:

  • hoesten;
  • benauwdheid (en angst te stikken);
  • opgeven van slijm;
  • tranende ogen, lopende neus;
  • kortademigheid.


Deze klachten kunnen direct ontstaan, maar tevens pas na enkele uren of zelfs nog na 24 uur. Het is dan ook vaak moeilijk om de oorzaak van de klachten op te sporen.

Hoe krijg je het?
Door een erfelijke aanleg, waardoor het kind overgevoelig is voor bepaalde stoffen. Vooral de slijmvliezen van de neus en van de luchtwegen raken geïrriteerd, waardoor bovengenoemde klachten ontstaan. In de eerste levensjaren zijn kinderen zelden al echte CARA-patiënten. Deze in aanleg gevoelige kinderen kunnen wel een huidreactie (dauwworm) vertonen of "altijd" verkouden zijn. Een vroege herkenning en zonodig behandeling van deze overgevoeligheid kan van groot belang zijn. Voorbeelden van stoffen of prikkels, waarvoor overgevoeligheid kan bestaan en/of ontstaan zijn :

  • huisstof;
  • huidschilfers (van paarden, katten, honden, vogels);
  • schimmels;
  • Stuifmeel;
  • luchtverontreiniging (rook!);
  • geuren van cosmetische producten;
  • weersomstandigheden en temperatuurwisselingen;
  • spanningen en stress;
  • infecties.

Wat kun je als leerkracht doen?

  • Rook niet in de klas en ventileer goed.
  • Vraag bij de opvoeders na waar het kind op reageert en houd daar rekening mee; bespreek hoe de eventuele aanvallen doorgaans verlopen en wat in een dergelijk geval te doen; bespreek ook welke medicijnen de kinderen gebruiken en waar ze die bewaren.
  • Je kunt het kind helpen als het een aanval van benauwdheid krijgt door het te ondersteunen en rechtop te laten zitten.
  • Breng de opvoeders van alle aanvallen op de hoogte, dit kan van belang zijn voor de behandeling, geef ook aan wanneer het kind regelmatig kortademig is tijdens de gym.
  • Gebruik niet te veel cosmetica want ook geuren kunnen overgevoeligheidsreacties veroorzaken!
  • Plaats het kind niet in een uitzonderingspositie!

Wat kun je als school doen?

  • Zorg dat de school rookvrij wordt gehouden.
  • Houd geen cavia's en hamsters in de school. Een aquarium mag, nadeel is dat visvoer vaak

allergisch werkt.

  • Zet geen bloeiende en sterk ruikende planten, geen droogboeketten in het gebouw.
  • Houdt alles zoveel mogelijk stofvrij, eventueel door afsluitbare kasten; denk ook aan tekeningen aan de muur en kies geen textiele wandbekleding.
  • Houd het gebouw vocht- en tochtvrij, maar ventileer wel goed!
  • Zorg bij voorkeur voor een vloerbedekking die zo weinig mogelijk stof vasthoudt zoals linoleum en gladde synthetische vloerbedekking aan één stuk.
  • Zorg voor meubelen die met vocht afneembaar zijn.
  • Katoenen of kunstvezelgordijnen zijn het meest geschikt.
  • Zorg dat verkleedkleren regelmatig worden gewassen; gebruik speciale make-up en schmink.
  • Bij aanschaf van speelgoed is het raadzaam te letten op wasbaarheid en -indien relevant- op vullingen die een allergische reactie kunnen geven; kunstvezel vullingen zijn goed.
  • Vermijd pluche speelgoed.
  • Vermijd plotselinge temperatuurwisselingen; ideaal is een temperatuur van 18 tot 20°C in het lokaal en 13 tot 15°C op de gang.
  • Gebruik geen verf of lijm met prikkelende stoffen, maak gebruik van stofvrij bordkrijt.
  • Met behulp van lesmateriaal van het Astma-fonds aandacht besteden aan het thema astma.
  • Als team een bespreking wijden aan het onderwerp astma, hiervoor kan een medewerker van de GGD worden ingeschakeld.

Naar GGD