Grensoverschrijdend gedrag en verwijderen
Van RSV Breda PO 30-03 uit nieuwsbrief 17 maart 2016
Grensoverschrijdend gedrag en verwijdering.
In de week dat de besturen de rapportage hebben ontvangen omtrent het voorkomen van grensoverschrijdend gedrag binnen het RSV Breda is er vanuit Onderwijsgeschillen een speciaal bericht over verwijdering van leerlingen in het primair, voortgezet en het (voortgezet) speciaal onderwijs. In deze nieuwsbrief de belangrijkste zaken voor het primair onderwijs opgenomen.
Verwijdering van een leerling van school is ingrijpend voor alle betrokkenen. Er moeten dan ook goede redenen voor zijn en de procedure moet aan wettelijke regels voldoen. De regelgeving over verwijdering is met de komst van passend onderwijs per 1 augustus 2014 veranderd. De belangrijkste verandering is dat er een nieuwe Commissie is, de Geschillencommissie passend onderwijs, waar ouders terecht kunnen die het niet eens zijn met de verwijdering van hun kind.
De wettelijke voorschriften over verwijdering en de mogelijkheden voor ouders die het niet eens zijn met de verwijdering worden hier op een rijtje gezet.
Redenen voor verwijdering
Er is sprake van definitieve verwijdering wanneer de school de leerling niet langer ingeschreven wil hebben. Verschillende redenen kunnen ten grondslag liggen aan een verwijdering, bijvoorbeeld:
- Wangedrag van de leerling
- Wangedrag van de ouders
- Handelingsverlegenheid van de school: de school is niet in staat om de leerling de juiste ondersteuning te bieden.
Bij verwijdering wegens wangedrag van de leerling gaat het om een ordemaatregel. Hetzelfde geldt bij wangedrag van de ouders. Het bevoegd gezag van de school (het schoolbestuur) is in beginsel vrij om te beslissen of en welke ordemaatregel wordt opgelegd. Aan het opleggen van een ordemaatregel kan wel een aantal eisen worden gesteld. Zo moet de school zorgvuldig handelen, aan de maatregel de juiste feiten ten grondslag leggen en alle belangen zo zorgvuldig mogelijk afwegen. Verder moet ook aan inhoudelijke voorwaarden worden voldaan, bijvoorbeeld dat er sprake moet zijn van ‘verwijtbaarheid’ en dat de maatregel ‘proportioneel’ moet zijn. Algemeen gezegd kan een leerling verwijderd worden wanneer door het wangedrag de orde, rust en veiligheid op school in gevaar komt. De school kan vaste criteria voor verwijdering vastleggen in een verwijderingsbeleid, maar dit is niet noodzakelijk.
Als de reden voor verwijdering is dat de school niet de ondersteuning kan bieden die de leerling nodig heeft, moet de school in elk geval onderzocht hebben wat de ondersteuningsbehoefte van de leerling is en of de school daar zelf aan kan voldoen. De ondersteunings-mogelijkheden van de school staan beschreven in het schoolondersteuningsprofiel. Kan de school de benodigde ondersteuning zelf niet bieden, dan moet zij een andere passende onderwijsplek voor de leerling vinden. Dit wordt de zorgplicht genoemd. Tot slot kan verwijdering ook plaatsvinden omdat een leerling een klas twee keer heeft moeten doubleren en dat volgens de schoolregels niet is toegestaan, omdat de leerling de kledingvoorschriften niet naleeft of omdat de leerling handelt in strijd met de grondslag van de school. In het schooljaar 2014/2015 was de meest voorkomende reden voor verwijdering het gebruik van geweld tegen medeleerlingen of personeel.
De verwijderingsprocedure
Voor de verwijderingsprocedure gelden strikte wettelijke eisen. Deze zijn vastgelegd in verschillende wetten en besluiten, die per onderwijssector verschillen. Het maakt ook verschil of het gaat om openbaar of bijzonder onderwijs. In het openbaar onderwijs is bij een verwijderingsbesluit naast de onderwijswetgeving ook de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van toepassing. In alle gevallen geldt het volgende:
- De beslissing over de verwijdering wordt schriftelijk meegedeeld aan de ouders, met de redenen erbij vermeld
- In deze schriftelijke mededeling wordt ook vermeld hoe tegen de beslissing bezwaar kan worden gemaakt
- Een leerling kan voorafgaand aan een verwijdering voor ten hoogste één week geschorst worden
Voordat wordt besloten tot verwijdering heeft de school er voor gezorgd dat een andere school bereid is de leerling toe te laten
Daarnaast zijn er aanvullende bepalingen voor het primair onderwijs:
- Voor de beslissing wordt genomen hoort het schoolbestuur de betrokken groepsleraar
- Voor de beslissing tot verwijdering wordt genomen hoort het schoolbestuur de ouders
Er zijn ook aanvullende bepalingen voor het speciaal onderwijs:
- Voor de beslissing tot verwijdering wordt genomen hoort het schoolbestuur de betrokken leraar of leraren
- Voor de beslissing tot verwijdering wordt genomen hoort het schoolbestuur de ouders.
Mogelijkheden voor ouders
Als ouders het niet eens zijn met het verwijderingsbesluit of de manier waarop de school rond de verwijdering heeft gehandeld, hebben zij een aantal mogelijkheden. Zo kunnen zij bezwaar maken bij het schoolbestuur. Daarnaast kunnen ze (gelijktijdig) een geschil voorleggen aan de Geschillencommissie passend onderwijs (GPO). Ouders kunnen de verwijdering ook aanvechten bij de rechtbank. Als er vooral ontevredenheid is over de manier waarop de school heeft gehandeld, kan er een klacht worden ingediend bij de klachtencommissie van de school. Na procedures bij de GPO of de klachtencommissie volgt geen bindende uitspraak, maar geeft de Commissie een advies aan het schoolbestuur. Hoewel sprake is van een advies, nemen veel schoolbesturen dat advies wel over.
Alle mogelijkheden worden hierna besproken.
Bezwaar
Ouders kunnen binnen zes weken schriftelijk bezwaar maken bij het schoolbestuur tegen het verwijderingsbesluit of tegen de schriftelijke mededeling van de school dat zij van plan is de leerling te verwijderen. Nadat het schoolbestuur het bezwaar heeft ontvangen, moet het binnen vier weken beslissen op dat bezwaar. Voordat het schoolbestuur op het bezwaar beslist, stelt het de ouders of andere belanghebbenden in de gelegenheid het bezwaar mondeling toe te lichten. In het voortgezet onderwijs wordt in ieder geval ook de leerling gehoord. Als ouders naast het bezwaar ook een geschil hebben voorgelegd aan de Geschillencommissie passend onderwijs, neemt het schoolbestuur pas een beslissing op bezwaar nadat de Commissie een oordeel heeft uitgesproken.
Aanvullende bepalingen speciaal onderwijs:
Voordat het schoolbestuur de beslissing op bezwaar neemt,
- wordt overlegd met de Inspectie van het Onderwijs en eventueel met deskundigen
- de ouders de adviezen of rapporten die betrekking hebben op de verwijdering hebben kunnen inzien en daarna opnieuw zijn gehoord.
Geschillencommissie passend onderwijs
Bij de invoering van passend onderwijs is de Geschillencommissie passend onderwijs (GPO) ingesteld. Bij deze Commissie kan een ouder onder andere een geschil voorleggen over de definitieve verwijdering van een leerling. Er hoeft nog geen sprake te zijn van een verwijderingsbeslissing. Het kan ook een geschil zijn omdat de school de leerling niet meer toelaat, omdat de school niet meer weet hoe ze moet handelen. Het geschil moet worden voorgelegd binnen zes weken na de (voorgenomen) verwijderingsbeslissing, of nadat duidelijk werd dat de leerling niet meer welkom is. De GPO behandelt dus geschillen over actuele, recent genomen, besluiten van een schoolbestuur.
Als daarnaast bezwaar is gemaakt bij het schoolbestuur, moet het schoolbestuur wachten met zijn beslissing, tot zij het oordeel van de GPO heeft ontvangen. De GPO geeft binnen 10 weken een oordeel over het geschil.
De GPO is ondergebracht bij Onderwijsgeschillen. De Commissie is zo samengesteld dat zij beschikt over (ortho)pedagogische, psychologische, onderwijskundige, maatschappelijke, bestuurlijke, juridische en medische deskundigheid. De Commissie brengt een advies uit dat niet bindend is voor het schoolbestuur. Maar het advies weegt wel zwaar. Het bestuur moet schriftelijk aan de ouders en aan de Commissie meedelen wat er met het oordeel wordt gedaan. Als het advies van de Commissie niet wordt gevolgd moet daarbij de reden worden vermeld. De Commissie is laagdrempelig: partijen zijn niet verplicht om een advocaat in te schakelen.
Gerechtelijke procedure na de bezwaarprocedure
Als ouders het niet eens zijn met de beslissing op hun bezwaar, kunnen zij voor wat het openbaar onderwijs betreft binnen zes weken in beroep gaan bij de rechtbank, sector bestuursrecht. De rechter zal dan oordelen of het besluit van het schoolbestuur in stand kan blijven of wordt vernietigd. Tegen het oordeel van de rechter kan dan nog in hoger beroep worden gegaan bij de Raad van State. Als de leerling wordt verwijderd van een school voor bijzonder onderwijs (bijvoorbeeld een katholieke, protestant-christelijke of algemeen bijzondere school), kunnen ouders na de bezwaarprocedure de verwijdering aanvechten bij de kantonrechter. Daarvoor gelden de algemene verjaringsbepalingen van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek. Tegen het oordeel van de kantonrechter kan in beroep worden gegaan bij het gerechtshof. Zowel bij de kantonrechter als bij de bestuursrechter hoeft geen advocaat te worden ingeschakeld.
Voorlopige voorziening/ kortgeding.
Het kan door de stapeling van de verschillende procedures (bezwaar en beroep, bezwaar en de burgerlijke rechter) lang duren voor er duidelijkheid komt over een besluit tot definitieve verwijdering van een leerling. Het gevaar bestaat dan dat de leerling thuis komt te zitten. Om sneller een beslissing van de rechter te krijgen, kunnen ouders van een leerling van een openbare school ook een voorlopige voorziening aanvragen bij de rechtbank. Dit kan tegelijk met het indienen van een bezwaar bij het schoolbestuur of beroep bij de rechtbank. Als de rechtbank vindt dat er sprake is van een spoedeisend belang en de kans aannemelijk acht dat de rechtbank het beroep gegrond zal verklaren, kan hij met zo’n voorziening de gevolgen van het schoolbestuur opschorten. De leerling mag dan niet worden verwijderd totdat de rechter in een eventuele vervolgprocedure een definitief oordeel uitspreekt over de zaak.
Ouders van een leerling op een bijzondere school kunnen via een kortgedingprocedure bij de kantonrechter de verwijdering aanvechten. De rechter doet dan een voorlopige uitspraak, die geldig is tot de rechter in een vervolgprocedure een definitief oordeel geeft. Zowel bij de kantonrechter als bij de bestuursrechter hoeft geen advocaat te worden ingeschakeld.
Klachtencommissie
Er kunnen redenen zijn om niet naar de Geschillencommissie passend onderwijs of de rechter te gaan, maar naar de klachtencommissie van de school. Bijvoorbeeld omdat de termijn voor het indienen van een geschil bij de GPO is verstreken. Of omdat de leerling inmiddels op een andere school zit en geen terugkeer naar de oude school wordt beoogd, maar de ouders wel vinden dat de oude school een onzorgvuldige beslissing heeft genomen. In de schoolgids staat bij welke klachtencommissie de school is aangesloten. Veel scholen zijn aangesloten bij de Landelijke Klachtencommissie Onderwijs (LKC) van Onderwijsgeschillen. De LKC brengt een advies uit aan het schoolbestuur, met daarin een oordeel over de gegrondheid van de klacht. De Commissie kan ook aanbevelingen doen. Het bestuur moet binnen vier weken aan de Commissie en aan de ouders meedelen of zij het oordeel van de klachtencommissie deelt en of het maatregelen gaat nemen.
PS. Raadpleeg voor alle jurisprudentie de website van Onderwijsgeschillen.nl
Jacques van den Born Directeur RSV Breda PO 30-03