Indicatiecriteria cluster 3

Uit KBS Laurentius wiki
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Besluit van 23 juni 2006, houdende wijziging van het Besluit leerlinggebonden financiering in verband met de vaststelling van criteria voor toelaatbaarheid van leerlingen tot het speciaal onderwijs

§ 3. Indicatiecriteria Cluster 3 Artikel 19. Indicatiecriteria zeer moeilijk lerende kinderen 1. Een leerling is toelaatbaar tot het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs aan zeer moeilijk lerende kinderen, indien op basis van psychodiagnostisch onderzoek dat individueel is afgenomen en rekening houdt met de kenmerken van de leerling, is vastgesteld een intelligentiequotiënt lager dan 60, niet zijnde een diepe of ernstige stoornis als bedoeld in artikel 22, eerste lid. 2. Een leerling is tevens toelaatbaar tot het onderwijs, bedoeld in het eerste lid, indien:

a. op basis van psychodiagnostisch onderzoek dat individueel is afgenomen en rekening houdt met de kenmerken van de leerling, een intelligentiequotiënt tussen 59 en 70 is vastgesteld, b. sprake is van een beperking in de onderwijsparticipatie die blijkt uit: 1°. een leerachterstand of het ontbreken van algemene leervoorwaarden als bedoeld in artikel 13, onder f; en 2°. een zeer geringe sociale redzaamheid als bedoeld in artikel 13, onder c, c. voor leerlingen tot en met 7 jaar een stoornis is vastgesteld, indien van toepassing volgens het classificatiesysteem DSM-IV of ICD-10, die de beperking, bedoeld onder b, ernstig negatief beïnvloedt, en d. de zorg onvoldoende effect heeft gesorteerd of zal kunnen sorteren, en de ondersteuning deelname aan het regulier onderwijs niet mogelijk maakt. 3. Een leerling is tevens toelaatbaar tot het onderwijs, bedoeld in het eerste lid, indien uit een verklaring van een arts blijkt dat er bij de leerling sprake is van het syndroom van Down. Artikel 20. Indicatiecriteria lichamelijk gehandicapte kinderen Een leerling is toelaatbaar tot het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs aan lichamelijk gehandicapte kinderen, indien: a. op basis van medisch en psychodiagnostisch onderzoek zijn vastgesteld een of meer stoornissen in structuur of in functie die gepaard gaan met stoornissen in de motorische functies en die leiden tot een ernstige belemmering om aan onderwijs deel te nemen, b. sprake is van een beperking in de onderwijsparticipatie die blijkt uit: 1°. een leerachterstand als bedoeld in artikel 13, onder a; 2°. structureel schoolverzuim als bedoeld in artikel 13, onder e; of 3°. een zeer geringe zelfredzaamheid als bedoeld in artikel 13, onder d; en c. de zorg onvoldoende effect heeft gesorteerd of zal kunnen sorteren, en de ondersteuning deelname aan het regulier onderwijs niet mogelijk maakt. Artikel 21. Indicatiecriteria langdurig zieke kinderen met een lichamelijke handicap Een leerling is toelaatbaar tot het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs aan langdurig zieke kinderen met een lichamelijke handicap indien: a. op basis van psychodiagnostisch en medisch onderzoek is vastgesteld: 1°. een chronische somatische stoornis; 2°. een chronische centrale of chronische perifere neurologische stoornis; of 3°. een chronische psychosomatische stoornis; die niet in hoofdzaak leiden tot een stoornis in motorische functies maar wel leiden tot een ernstige belemmering om aan onderwijs deel te nemen, b. sprake is van een beperking in de onderwijsparticipatie die blijkt uit: 1°. een leerachterstand als bedoeld in artikel 13, onder a; 2°. structureel schoolverzuim als bedoeld in artikel 13, onder e; of 3°. een zeer geringe zelfredzaamheid als bedoeld in artikel 13, onder d, en c. de zorg onvoldoende effect heeft gesorteerd of zal kunnen sorteren, en de ondersteuning deelname aan het regulier onderwijs niet mogelijk maakt.

Artikel 22. Indicatiecriteria meervoudig gehandicapte kinderen cluster 3 1. Een leerling is toelaatbaar tot het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs aan meervoudig gehandicapte kinderen binnen cluster 3, indien op basis van psychodiagnostisch onderzoek is vastgesteld een diepe stoornis in de intellectuele ontwikkeling, of een ernstige stoornis in de intellectuele ontwikkeling met bijbehorend zeer beperkt gedragsrepertoire en bijkomende medische of gedragsproblematiek. 2. Een leerling is tevens toelaatbaar tot het onderwijs, bedoeld in het eerste lid, indien: a. de leerling voldoet aan de criteria, bedoeld in artikel 19, eerste lid, of artikel 19, tweede lid, onder a, b. de leerling tevens voldoet aan de criteria, bedoeld in artikel 20, onder a, en c. de leerling voldoet aan de criteria, bedoeld in artikel 20, onder b, tweede of derde graad.


Leerlinggebonden Financiering (LGF)