Lui oog

Uit KBS Laurentius wiki
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Wat is het?
Een lui oog veroorzaakt een verminderd gezichtsvermogen dat niet te verbeteren is met een bril. De oorzaak van een lui oog ligt in het feit dat op jeugdige leeftijd, tijdens de ontwikkeling van de hersenen, via het betreffende luie oog de normale prikkels aan de hersenen zijn onthouden. Door onvoldoende prikkeling ontwikkelt de visuele hersenschors (dit is een onderdeel van de grote hersenen) zich niet goed.
De oorzaak kan onder andere een afwijking aan het oog zijn, het kan komen door scheelzien, waardoor beide ogen niet naar een punt kijken of door (erfelijke) aanleg. Het luie oog kan tot het 6e levensjaar ontstaan, maar wordt meestal al voor het vierde jaar gevonden. Kinderen met een lui oog merken dit zelden op; als het andere oog normaal is compenseert dit het slechte oog geheel. De gezichtsscherpte met beide ogen samen is ook goed. Het dieptezien ontstaat in de eerste maanden na de geboorte. Is er dan al iets niet goed aan een oog dan zal het dieptezien blijvend verloren gaan. Ontstaat het luie oog na die periode, dan neemt het dieptezien geleidelijk af, tenzij de ontwikkeling van het luie oog gestopt kan worden. Het gezichtsveld is afhankelijk van de mate van verminderde visus van het luie oog maar hoeft niet gestoord te zijn. Ook is de lichtgevoeligheid, het kleurenzien en de aanpassing aan licht en donker van het luie oog niet of nauwelijks gestoord.
De behandeling van het luie oog bestaat uit het stimuleren van het luie oog, waardoor dit oog zich kan aanpassen aan de omgeving. Over het algemeen gebeurt dit door het goede oog een aantal uren met een pleister af te plakken. Ook kan een bril met een sterk positief glas voor het goede oog geplaatst worden, de patiënt kan daardoor met dit oog niet in de verte kijken, of wordt het goede oog gedruppeld.

Wat kun je als leerkracht doen?
Door de behandeling van het luie oog moet het kind gedurende de therapie alleen met het slecht oog kijken. Daardoor is de gezichtsscherpte duidelijk verminderd. Indien het kind gedruppeld wordt is het van belang dat je er rekening mee houdt, dat het goede oog problemen heeft met scherp licht of direct invallend licht. Een kind dat een lui oog heeft dat niet meer te verbeteren is, dient een veiligheidsbril te dragen bij sporten die een risico voor het oog opleveren. Het kind heeft maar &n goed oog. Als dit ook beschadigd raakt is het kind slechtziend.
Bij twijfels over de oogstand is het belangrijk om dit snel met de opvoeders te bespreken. Er kan dan misschien nog behandeld worden.


Naar GGD