Verwijzing naar speciaal basisonderwijs

Uit KBS Laurentius wiki
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

1. De aanmelding bij de PCL is de verantwoordelijkheid van de ouders. IB en leerkracht kunnen daarbij helpen. Ouderinformatie en aanmeldingsformulieren zijn aanwezig op school.

2. Het opstellen van het onderwijskundigrapport wordt gedaan door IB i.s.m. de leerkracht en verstuurd naar de PCL, inclusief de nodige bijlagen.

3.De PCL doet uitspraak middels een beschikking. Op basis van de beschikbare gegevens kan de PCL tot de volgende conclusies komen:

  • De leerling wordt toelaatbaar geacht tot een speciale school voor basisonderwijs.
  • De leerling is niet toelaatbaar tot een speciale school voor basisonderwijs en kan met de nodige begeleiding op de eigen basisschool blijven. De PCL adviseert over de manier waarop de school tegemoet kan komen aan de speciale hulpvraag van de leerling.
  • Advies tot plaatsing van de leerling op een andere basisschool. De PCL geeft in haar advies aan naar welke school de voorkeur uitgaat en moet nagaan of de leerling op die school plaatsbaar is.
  • Advies om de leerling te plaatsen in een speciale onderwijsvoorziening of hulpverleningvoorziening binnen het samenwerkingsverband. De PCL dient in haar advies aan te geven welke speciale voorziening voor de betreffende leerling wenselijk is en moet nagaan of de leerling geplaatst kan worden binnen deze speciale voorziening.

    Toelatingscriteria SBO op het niveau van kindkenmerken[bewerken]

    De kinderen zijn in drie groepen te verdelen:

    1. kinderen met:

  • ontwikkelingsachterstand of
  • leerproblemen of een leerstoornis waarbij het rendement ondanks de geboden hulp kleiner is dan 75% op ten minste twee van de vier vakgebieden (leervoorwaarden, technisch lezen en spelling, begrijpend lezen en rekenen)
  • werkhoudingproblemen en/of sociaal-emotionele problemen die sterk samenhangen of het gevolg zijn van de leerproblemen of de leerachterstand. De sociaal-emotionele problemen zijn in de meeste gevallen dus secundair van aard.

    2.kinderen met een handicap op sociaal-emotioneel of functiegebied zoals behorende tot de REC’s echter de handicap is niet zwaar genoeg om geïndiceerd te worden. Denk hierbij aan een leerling met PDD-NOS, een milde spraak-taalproblematiek of een milde slechthorendheid. Zijn/haar handicap leidt niet tot ernstige structurele beperkingen in de onderwijsparticipatie en is ook geen gevaar voor het kind zelf of zijn omgeving, of hulpverlening door bijvoorbeeld logopedist, jeugdhulpverle-ning laat voldoende vooruitgang zien.

    3. kinderen met een ontwikkelingsachterstand en/of leerproblematiek plus een bijkomend problematiek die echter onvoldoende zwaar is om in aanmerking te komen voor beredeneerde afwijking CvI. Bijvoorbeeld een leerling met een IQ tussen 60 en 70 die voldoende sociaal redzaam is en er is geen sprake van een geklasseerde stoornis.

    Naast deze kindkenmerken worden de procedurele zorgvuldigheid en de handelingsverlegenheid van de school getoetst door de PCL.

    [Toelatingscriteria SBO versie 18 januari 2006]

    Verwijzingsprocedures