Wat zeg je?

Uit KBS Laurentius wiki
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Dit pakket reikt themamaterialen aan voor de auditieve taalontwikkeling.
Het pakket bestaat uit kopieerbladen en pagina's met woorden en zinnen om te gebruiken bij de diverse oefeningen.

school[bewerken]

[Oefeningen]

Kopieerbladen

herfst[bewerken]

[Oefeningen]

Kopieerbladen

boerderij[bewerken]

[Oefeningen]

Kopieerbladen

wonen[bewerken]

[Oefeningen]

Kopieerbladen

familie[bewerken]

[Oefeningen]

Kopieerbladen

verkeer[bewerken]

[Oefeningen]

Kopieerbladen

sinterklaas[bewerken]

[Oefeningen]

Kopieerbladen

winter[bewerken]

[Oefeningen]

Kopieerbladen

zomer[bewerken]

[Oefeningen]

Kopieerbladen

dierentuin[bewerken]

[Oefeningen]

Kopieerbladen

boodschappen doen[bewerken]

[Oefeningen]

Kopieerbladen

eten & drinken[bewerken]

[Oefeningen]

Kopieerbladen

Hieronder een overzicht van de oefeningen waarnaar gerefereerd wordt.

  • Auditieve analayse

1.2 Eén en twee lettergrepen: De leerling is in staat om actief woorden van één en twee lettergrepen te vinden en te klappen
1.3 Drie lettergrepen of meer: De leerling is in staat om zelf woorden te zoeken en te kleppen met 3 lettergrepen of meer
1.4 Zinnen verdelen in woorden: De kinderen zijn in staat om zinnen in woorden te verdelen.

  • Auditieve discriminatie

2.2 Reactiewoord herkennen: Het kind een afgesproken reactie geven, wanner het auditief een reactiewword herkent in een reeks woorden.
2.3 Rijmen 2: Het kind is in staat om woorden te vinden die rijmnen op gegeven woorden.
2.5 Het langste woord: Het kind is in staat om het verschil te horen tussen korte en lange woorden en kan dit zelf aangeven.
2.6 De langste zin: Het kind is in staat om het verschil te horen tussen de korte en lange zinnen en dit verschil kenbaar te maken.
2.7 Het eerste woord: Het kind is in staat om van een reeks woorden het eerste woord te noemen.
2.8 Het laatste woord: Het kind is in staat om van een reeks woorden het laatste woord te noemen.
2.9 Het middelste woord: Het kind is in staat om van een reeks woorden het middelste woord te noemen.
2.10 Reactieletters herkennen: Het kind kan een afgesproken reactie geven, wanner het auditeif een reactieletter in een reekst losse letters herkent. 2.11 De eerste letter: De leerling is in staat om van een woord de eerste letter te noemen.
2.12 De laatste letter: De leerling is in staat om van een woord de laatste letter te noemen.
2.13 De middelste letter: De leerling is in staat om van een woord de middelste letter te noemen.
2.15 Dezeelfde letter horen in een serie woorden: Het kind kan in een serie aangeboden woorden, dezelfde letter horen en deze letter benoemen.

  • Auditief geheugen

3.1 Hetzelfde woord in drie/vier woorden: Het kind is in staat om het woord, dat twee keer genoemd wordt, in een serie woorden te herkennen en te noemen.
3.2 Hetzelfde woord in twee zinnen: Het kind is in staat om het woord, dat twee keer genoemd wordt, in twee verschillende zinnen te herkennen en te noemen.
3.3 Nazeggen van eenvoudige zinnen van 4 à 7 woorden: Het kind kan eenvoudige zinnen van 4 à 7 woorden nazeggen.
3.4 Nazeggen van eenvoudige zinnen van 7 à 10 woorden: Het kind kan eenvoudige zinnen van 7 à 10 woorden nazeggen.
3.5 Nazeggen van 4 woorden, zonder relatie: Het kind kan een reeks van 4 woorden, waartussen geen relatie bestaat nazeggen.
3.6 Het ontbrekende woord noemen: Het kind kan uit een serie woorden het ontbrekende woord noemen.
3.7 Nazeggen van cijferreeksen