Woordvindingsproblemen
Van de website Kennis Centrum Taal en Spraak
WAT IS HET (foutcode H)
Iemand heeft woordvindingsproblemen wanneer hij/zij te vaak in het spontane gesprek of bij vertellen niet op een woord kan komen. Kenmerken zijn dan te lange pauzes, tussenvoegsels als mmm of eh eh, het opnieuw opstarten van een stukje zin, het gebruik van omschrijvingen, het gebruik van lege begrippen of van verkeerde woorden. Zinnen worden vaak niet afgemaakt).
Deze woorden die niet worden gevonden, worden wel heel goed begrepen en zijn bekend. Door deze woordvindingsproblemen kan een verhaal/boodschap vaak niet goed worden overgebracht en wordt de spreker/verteller niet goed begrepen.
WAAR LIGT HET PROBLEEM?
Woordvindingsproblemen zijn een specifieke vorm van een expressief taalprobleem. Soms kan men niet op een bepaald woord komen wanneer een vraag (met een woord) beantwoord dient te worden. Woordvindingsproblemen treden juist op in gesprekken en bij vertellen. Bij het uitvoeren van het spreekidee kan het woord niet goed uit het lexicon (de woordvoorraad) in de hersenen gehaald worden. En dit kan weer te maken hebben met het feit dat de woordbetekenis of de woordvorm ervan niet goed in het lexicon is opgeslagen. Dan worden woorden sneller met elkaar verward en kan het verkeerde woord worden gekozen. Door een verkeerd woord te kiezen wordt het idee/de betekenis die overgebracht moet worden niet goed/volledig duidelijk gemaakt aan de luisteraar. Bij een verspreking waarbij een andere woordbetekenis wordt gekozen die dichtbij de bedoelde woordbetekenis ligt, denkt men te vaak dat het woordvindingsprobleem een semantisch (betekenis-)probleem is. Dat is te vaak een onjuiste gedachte. De woordvorm kan niet snel genoeg worden opgehaald uit het woordgeheugen, waardoor een ander woord met een erop gelijkende betekenis wordt gekozen.
DIAGNOSTIEK
Woordvindingsproblemen worden het beste onderkend als een spontaan gesprek wordt gevoerd of een verhaal wordt verteld. Er zijn speciale tests om het onderzoeken of er sprake is van woordvindingsproblemen. Een ervan is bijvoorbeeld het snel benoemen van plaatjes, kleuren en vormen.
Omdat de oorzaak van woordvindingsproblemen divers kan zijn, is het belangrijk de mogelijke oorzaken te onderzoeken:
· Is er een probleem met de auditieve spraak waarneming (waaronder het vermogen vanuit de reeksen spraakklanken woordvormen te horen, te herkennen en te kunnen onderscheiden van erop gelijkende woorden);
· Kan een kind uit een voorraad van begrippen die in betekenis overeenkomen, op grond van de juiste betekenisnuances het meest toepasselijke woord kiezen of kan er geen juiste keuze worden gemaakt;
· Kan een kind uit een voorraad van woordvormen die in klanken overeenkomen, op grond van de juiste klankaspecten de meest toepasselijke woordvorm kiezen of kan er geen juiste keuze in de klankreeks worden gemaakt;
· Is de woordvorm onvoldoende opgeslagen in de mentale woordenschat in de hersenen, waardoor de juiste woordvorm onvoldoende snel uit het geheugen kan worden opgeroepen;
· Kent het kind de woordvorm wel, maar kan het deze onvoldoende snel verwoorden; onbekende woordvormen worden door het gebruik ervan meer en meer geautomatiseerd en sneller uitgesproken;
· Woordvindingsproblemen treden ook op bij het ouder worden en de woordvormen moeilijker uit het geheugen toeschieten.
· Ook bij bepaalde hersenaandoeningen (bij vaataccidenten, ongelukken, tumoren, bijv.) kunnen ernstige woordvindingsproblemen optreden. Er kan dan gesproken worden van een afasie.
BEHANDELING.
Het is van belang de juiste oorzaak van de woordvindingsproblemen te achterhalen.
· Er is een probleem met de auditieve spraak waarneming (waaronder het vermogen vanuit de reeksen spraakklanken woordvormen te horen, te herkennen en te kunnen onderscheiden van erop gelijkende woorden); vaak wordt nu een auditief behandelprogramma gekozen om de invoer van de woordvormen te versterken;
· Kan een kind uit een voorraad van begrippen die in betekenis overeenkomen, op grond van de juiste betekenisnuances het meest toepasselijke woord niet kiezen, dan zal een semantisch behandelprogramma worden gekozen om eerst buiten en daarna meer en meer binnen een categorie tot juiste keuze’s van betekenisvolle woorden te komen. Woorden plaatsen in semantische netwerken is een veel gebruikte methode, waarbij echter rekening moet worden gehouden met ontwikkelingsaspecten en voor een leeftijd voldoende bekende woorden;
· Kan een kind uit een voorraad van woordvormen die in klanken overeenkomen, op grond van de juiste klankaspecten niet de meest toepasselijke woordvorm kiezen, dan is een fonologische woordvormingstherapie nodig, gericht op de organisatie van klankenreeksen tot woorden en het gebruik van de juiste klanken in de woordvormen; hierbij wordt niet alleen foneemidentificatie en auditieve discriminatie, maar ook auditieve versterking vaak toegepast;
· Is de woordvorm onvoldoende opgeslagen in de mentale woordenschat in de hersenen, waardoor de juiste woordvorm onvoldoende snel uit het geheugen kan worden opgeroepen, dan is het nodig een therapie in te stellen voor het auditief fonetisch-fonologische geheugen.
· Kent het kind de woordvorm wel, maar kan het deze onvoldoende snel verwoorden; onbekende woordvormen worden door het gebruik ervan meer en meer geautomatiseerd en sneller uitgesproken; Behandelingsprogramma’s van woordvindingsproblemen richten zich ook op het aanleren van strategieën (de eerste letter opschrijven, intypen, in de handpalm schrijven; een gebaar maken of in de lucht of op papier het begrip tekenen) die het ophalen van woorden ondersteunen.
Belangrijk is het om ouders, andere gezinsleden, leerkrachten en leeftijdsgenoten te verduidelijken hoe zij het kind i.q. in de communicatie kunnen helpen.
PROGNOSE
Woordvindingsproblemen blijken hardnekkig te zijn. Als logopedische behandeling onvoldoende vorderingen toont kan medicamenteuze stimulering van de hersenen overwogen worden. Het ophalen van woorden uit het geheugen kan hierdoor mogelijk worden versneld en woorden worden deze ook sneller uitgesproken. Er wordt als het ware een duidelijker neurofysiologisch spoor getrokken. De kinderen schieten dankzij dit spoor daarna sneller in de juiste woorden. Deze medicamenteuze interventie is nog experimenteel en wordt op enkele specialistische centra, in overleg met ouders en door middel van duidelijke protocollen, op hun effect onderzocht.